
Het shirt van vijf euro
Column: vanuit het perspectief van een student die er goed uit wil zien van weinig.
Een shirt van vijf euro voelt als winst, en dat gevoel houdt precies vijf wasbeurten stand. Daarna is het model zoek. Na tien is het een slaapshirt, na twintig een poetslap, en de kast moet alweer worden bijgevuld. Gemeten naar wat kleding werkelijk kost, prijs gedeeld door draagbeurten, is het goedkoopste shirt van de winkel geregeld het duurste kledingstuk dat iemand bezit. De mode-industrie, goed voor naar schatting twee tot acht procent van de mondiale CO2-uitstoot, meer dan lucht- en scheepvaart samen volgens de meest geciteerde ramingen, drijft op het feit dat vrijwel niemand die deling maakt.
De cijfers per kledingstuk zijn er niet minder om. Eén nieuw katoenen T-shirt vertegenwoordigt vijf tot tien kilo CO2; een spijkerbroek twintig tot dertig, plus duizenden liters water. Elke tweedehands aankoop die een nieuwe vervangt, streept die productie grotendeels weg. Wie de helft van zijn garderobe tweedehands aanschaft, bespaart al gauw honderd tot tweehonderd kilo CO2 per jaar, en houdt bij hetzelfde budget twee tot drie keer zoveel kleding over, van gemiddeld betere kwaliteit. Dat laatste is geen toeval maar selectie: kleding die jaren later nog in de kringloop hangt, heeft bewezen tegen een wasbeurt te kunnen. Fast fashion haalt de kringloop niet eens.
Er was een tijd dat tweedehands naar concessie rook, naar de geur van andermans zolder. Die tijd is voorbij. Vintage is een stijl geworden met een eigen aantrekkingskracht, items die verder niemand draagt, merkkwaliteit voor een studentenprijs, en de platforms en kringloopwinkels hebben het zoeken tot sport verheven. Voor wat er tóch nieuw moet komen, bestaat een eenvoudige toets: gerecyclede materialen, repareerbaar ontwerp, en merken die durven publiceren waar hun kleding vandaan komt. Welke circulaire merken in de lift zitten, houdt Risegoods bij.
Interessanter dan de individuele besparing is wat er gebeurt als een generatie dit collectief doet. De hele fast fashion draait op één aanname: dat wij blijven kopen wat na tien wasbeurten op is. Merken volgen geen idealen, merken volgen kassa's, en een kassa die "langer dragen, tweedehands eerst" afrekent, is de enige vorm van modekritiek waar hoofdkantoren wakker van liggen.
Vanavond, bij het uitkleden, een kleine steekproef: welk kledingstuk gaat hier het vaakst overheen? Grote kans dat het niet het goedkoopste was. Wat zegt dat over de volgende aankoop?